Op het centrale plein van de Waqif-soek in het hart van de Qatarese hoofdstad wemelt het ‘s avonds van de toeristen in korte broek, Arabische studenten uit omringende landen en keuvelende Aziatische tapijtverkopers uit de steegjes rond het plein. Hier en daar schrijdt een Qatarees in smetteloos witte thob met dito hoofddoek voorbij op weg naar een waterpijp of aardbeiensap, al dan niet met zwart gesluierde echtgenote in zijn kielzog.

Protesten, leuzen, rellen of schietpartijen zijn ver te zoeken in Qatar. En volgens de Qatarezen gaan die hier niet komen ook. ‘Klagen, waarom zou ik?’, grapt de 42-jarige telecomingenieur Nasser Ibrahim, terwijl zijn compagnon Ahmad al-Eimadi een dikke sigaar met interesse bekijkt. ‘De regering heeft mij net 60 procent opslag gegeven! We betalen hier geen belasting, krijgen gratis gezondheidszorg, elektriciteit en water. Het leven is hier hemels.’

Qatar is volgens het IMF het rijkste land ter wereld. Het schiereiland, dat met een poot vastzit aan grote buur Saoedi-Arabië, baadt in luxe.

Rolls-Royce en Ferrari
Op het exclusieve Pearl-eiland, waar de toegangsweg langs marmeren fonteinen en goudkleurige gebouwen uitkomt op garages van Rolls-Royce en Ferrari, ziet het wit van de miljoenenjachten en flanerende Qatarezen. Wie in het Disney-achtige luilekkerland op een bankje gaat zitten, wordt direct verrast door een relaxed reggae-muziekje uit speakers tussen de planten. Alles is hier tot in de puntjes verzorgd.

Die luxueuze verzorgingsstaat mag Qatar zelf dan vrijwaren van het tumult in de rest van de Arabische wereld, buiten de eigen grenzen heeft het steenrijke olie- en aardgasstaatje in de Arabische Golf zich vol overgave in de Arabische Lente gestort. Qatar was bijvoorbeeld het eerste land dat de Libische Nationale Overgangsraad erkende, zorgde voor wapenleveranties aan de rebellen toen het Westen dat niet aandurfde, en stuurde commando’s naar Libië die een cruciale rol speelden bij de aanval op Tripoli.

Er gaat geen dag voorbij zonder dat Qatar in het regionale nieuws komt. Bijvoorbeeld omdat een Qatarese hoogwaardigheidsbekleder Syrië oproept met de oppositie te gaan praten, het land vrijgelaten Hamas-gevangenen opvangt, of het WK voetbal in 2022 binnensleept. Zelfs de Taliban mogen binnenkort een kantoor in Doha openen – met goedkeuring van de VS – om onderhandelingen met het Westen te faciliteren.

Geholpen door schier ongelimiteerde fondsen waarmee deals worden bestendigd en internationale congressen georganiseerd, doet Qatar zich gelden in het Midden-Oosten. Voor de wereldwijde marketing werd FC Barcelona uitgekozen, dat 165 miljoen euro kreeg toegeworpen.

‘Qatar heeft zich de afgelopen jaren opgeworpen als een belangrijke bemiddelaar bij conflicten’, zegt Mehram Kamrava, politicoloog aan de Amerikaanse universiteit Georgetown, die een vestiging in Doha heeft: Doha’s onderhandelaars bemiddelden bij de burgeroorlog in Soedan en de stammenstrijd in Jemen, speelden een rol bij onderhandelingen tussen Israël en Hamas en de Palestijnen onderling, en in 2008 werd in het lokale Sheratonhotel met de Doha-akkoorden een nieuwe dreigende burgeroorlog in Libanon op het nippertje voorkomen.

Reden nummer één voor Qatars succesvolle pogingen om zichzelf als mediator in de regio neer te zetten, is volgens Kamrava zelfbescherming. ‘Qatar is een klein land in een gevaarlijke buurt, en door zichzelf onmisbaar te maken voor de internationale gemeenschap, probeert het zijn overleving te verzekeren.’

En dat doen de Qatarezen heel handig. Er ontstaat steeds meer respect voor de rol die Qatar speelt op het regionale toneel.

Het succes dat Doha had bij de bemiddeling van eerdere conflicten heeft het land grotendeels te danken aan zijn neutraliteit en zijn contacten met alle verschillende partijen. Zo is Qatar de thuisbasis van de grootste Amerikaanse legerbasis in het Midden-Oosten, maar onderhoudt het land tegelijk warme banden met Iran.

Alleen toen de protesten te dicht bij huis kwamen, liet Qatar zijn steun voor de revoluties even varen om de regionale grootmacht Saoedi-Arabië te vriend te houden. In maart kwam de sjiitisch-islamitische meerderheid in buurland Bahrein massaal in opstand tegen de soennitische minderheid die het land regeert. De regering in Bahrein vroeg het samenwerkingsverband van Golfstaten om hulp, en Qatar steunde een invasie van Saoedische troepen om de opstand neer te slaan.

De rol van Qatar lijkt alleen maar te zullen groeien, zegt Salman Khaith, plaatselijk hoofd van het Brookings Institute, een vooraanstaande Amerikaanse denktank met – jawel – een afdeling in Doha. Zo heeft Qatar volgens Khaith goede banden met uiteenlopende islamistische bewegingen, zoals de Moslimbroederschap in Egypte, die naar alle waarschijnlijkheid een belangrijke rol gaan spelen in de regeringen van post-revolutionaire Arabische staten. ‘Qatar is nu in een uitstekende positie om invloed te hebben de nieuwe ontwikkelingen in de regio.’

Warme geluiden voor de sjeik
In het land zelf hoor je voornamelijk warme geluiden over de absolute monarch sjeik Hamad bin Khalifa al-Thani, die het land met zachte hand leidt. De steun van Qatar aan de Arabische protesten wordt met goedkeurend gebrom ontvangen.

‘We hebben het geld, dus waarom zouden we ze niet helpen?’ zegt ingenieur Ahmad al-Eimadi. ‘Daarbij, iemand moet het voortouw nemen, in het belang van de regio. De Egyptenaren doen het niet en Saoedi-Arabië wordt geleid door stokoude mannen. Het is tijd een frisse wind.’

Salman Shaikh van het Brookings in Doha: ‘Men vraagt zich al tien jaar af of Qatar dit vol kan houden, maar ze krijgen het toch echt voor elkaar. Qatar is veranderd van een irritant jochie naar een jongere broer waarnaar geluisterd moet worden. Wij zullen nog veel van Doha horen.’